Bij leasecontracten is MRB aan te merken als een doorlopende post

18 juli 1995 – VB95/1435

Bij leasecontracten is MRB aan te merken als een doorlopende post

De Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Met betrekking tot de lease van motorrijtuigen is de vraag gesteld in hoeverre componenten van de leaseprijs bestemd voor derden, zoals bijvoorbeeld de motorrijtuigenbelasting, kunnen worden aangemerkt als doorlopende post. Doorlopende posten zijn bedragen die de ondernemer te samen met de vergoeding aan de afnemer van een prestatie in rekening brengt en vervolgens door de ondernemer aan derden worden uitgekeerd op grond van een rechtsverhouding tussen de opdrachtgever en die derden. Bij leasecontracten verkrijgt de lessee tegen betaling de beschikking over een in eigendom van de lessor (de leasemaatschappij) toebehorend motorrijtuig. Met andere woorden de lessee heeft de beschikking over het motorrijtuig gedurende een normale gebruiksperiode, een jaar of langer, als ware hij eigenaar, waarbij de lessor fungeert als wagenparkbeheerder. Dit geldt te meer nu de lessee een vrije keus heeft met betrekking tot merk, type en uitvoering van het motorrijtuig en registratie veelal geschiedt op zijn naam.

De motorrijtuigenbelasting is een belasting welke wordt geheven van de houder van een motorrijtuig – degene op wiens naam het motorrijtuig staat geregistreerd. In een situatie dat het motorrijtuig staat geregistreerd op naam van de lessee, maar de verschuldigde belasting wordt voldaan door de lessor is de motorrijtuigenbelasting aan te merken als doorlopende post, dit zal zich voordoen indien gebruik wordt gemaakt van de regeling met betrekking tot de kentekenregistratie voor leasemaatschappijen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een zogenaamd hulpregister. Ook komt het voor dat de lessor als houder van een motorrijtuig de verschuldigde motorrijtuigenbelasting doorberekent aan de lessee. Nu een rechtsverhouding tussen de lessee en de Belastingdienst ontbreekt kan de motorrijtuigenbelasting niet worden aangemerkt als doorlopende post.

Ik kan mij ermee verenigen dat in een laatstbedoelde situatie art. 4 Besl OB naar analogie wordt toegepast, alsdan wordt de motorrijtuigenbelasting aangemerkt als een quasi doorlopende post.

Hierbij is overwogen dat de verschuldigdheid van de motorrijtuigenbelasting in wezen wordt opgeroepen door de wens van de lessee feitelijk en niet geheel voorbijgaand de beschikking te verkrijgen van een motorrijtuig en de Inspecteur de bevoegdheid heeft in een dergelijke situatie de lessee aan te merken als houder.

Voor de facturering betekent dit dat de motorrijtuigenbelasting, voor zover deze is aan te merken als doorlopende dan wel als quasi doorlopende post, niet tot de vergoeding wordt gerekend, mits afzonderlijk op factuur vermeld en niet hoger dan het aan de Belastingdienst te betalen bedrag. Indien men de motorrijtuigenbelasting gelijkelijk wenst te verdelen over de leasetermijnen ontmoet het geen bezwaar dat het vorenstaande toepassing vindt onder de voorwaarden dat verschillen tussen verschuldigde belasting en doorberekende belasting met de lessee worden verrekend en achteraf controle aan de hand van boeken en bescheiden per kenteken mogelijk is.

Bij short-leasecontracten (leaseperiode is korter dan één jaar) kan niet zonder meer worden gesteld dat sprake is van een situatie dat de lessee niet geheel voorbijgaand de beschikking heeft over een motorrijtuig. Het vorenstaande mist dan ook in beginsel toepassing ten aanzien van short-leasecontracten. Voor zover de short-leasecontracten vooraf gaan aan een leasecontract voor een periode van een jaar of langer kan ik mij ermee verenigen dat het vorenstaande mits voldaan aan alle voorwaarden van overeenkomstige toepassing is.

Download PDF