Cateringbedrijven

18 December 1987 – VB87/1771

Cateringbedrijven: openboekmethode en verpachting kantines

 

Bij de Resolutie van 9 mei 1975, nr. B74/24 171, is aangegeven hoe de heffing van omzetbelasting verloopt bij de toepassing van de zgn. openboekmethode bij bedrijfskantines (punt 2) en bij de verpachting van die kantines (punt 3). De in punt 2 en 3 van voornoemde aanschrijving beschreven exploitatievormen hebben duidelijk verschillende gevolgen voor de heffing van omzetbelasting. Zo zal bijvoorbeeld in de gevallen waarin het cateringbedrijf als exploitant wordt aangemerkt de per 1 januari 1980 bij de wijziging van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 geïntroduceerde regeling voor het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel geen toepassing kunnen vinden. Zie voor deze regeling de Resolutie van 21 mei 1980, nr. 280–6178 (hiervoor).

 

Naar is gebleken wordt de openboekmethode in de praktijk ook wel toegepast bij de catering van bijvoorbeeld bejaardentehuizen, ziekenhuizen en gevangenissen. In deze gevallen vindt er verstrekking van spijzen en dranken plaats aan personeel zowel als aan in de inrichting opgenomen/verblijvende personen. Voorshands kan deze, in de praktijk geaccepteerde handelwijze, toepassing blijven vinden.

 

Om verschillende redenen, waaronder de wens van de opdrachtgevers om te komen tot een betere budgettering, is er nog een andere cateringvorm ontstaan. In deze vorm verkoopt het cateringbedrijf voor gebruik gereed zijnde spijzen en dranken aan zijn opdrachtgever bijvoorbeeld een ziekenhuis. Daarnaast komt het voor dat in het kader van de exploitatie van een bedrijfskantine het cateringbedrijf de spijzen en dranken rechtstreeks aan de personeelsleden, relaties e.d. van de opdrachtgever levert. Er ontstaat aldus voor het cateringbedrijf een zeker risico ten aanzien van de verstrekking van spijzen en dranken. In beide gevallen wordt overigens de bedrijfsinrichting (kantine, keuken e.d.) om niet door de opdrachtgever aan het cateringbedrijf ter beschikking gesteld terwijl daarnaast de lonen en sociale lasten van de werknemers die werkzaam zijn bij de bereiding en/of verstrekking van vorenbedoelde spijzen en dranken zonder opslag worden doorberekend aan de opdrachtgever. Ten aanzien van deze vorm kan zowel de in punt 2 van eerstgenoemde aanschrijving opgenomen goedkeuring voor de doorberekende lonen en sociale lasten als de hiervoor genoemde regeling voor de verstrekking van spijzen en dranken aan personeel in beginsel geen toepassing vinden. In de praktijk heeft men ten aanzien van de heffing van omzetbelasting echter verschillend gehandeld. Voor zover bekend heeft in deze gevallen bij de opdrachtgever ten aanzien van de faciliteiten voor de exploitatie van de bedrijfskantine overigens altijd aftrek van belasting plaatsgevonden.

 

Gelet op het feit dat bovengenoemde vorm van catering in zijn uitwerking veel overeenkomst vertoont met het traditionele openboeksysteem (zie meergenoemd punt 2), wordt het, gezien de zich voordoende omstandigheden, gerechtvaardigd geacht deze vorm, voor zover zulks mogelijk is, vooralsnog gelijk te behandelen. Daarbij is overwogen dat mede in het kader van de komende wijzigingen op het terrein van het tarief van omzetbelasting het voornemen bestaat de bestaande regeling inzake kantines te wijzigen. Bedoelde gelijke behandeling heeft tot gevolg dat de opdrachtgever indien en voor zover de hem toebehorende kantinefaciliteiten e.d. worden gebezigd voor het verstrekken van spijzen en dranken aan zijn personeel aanspraak kan maken op aftrek van de ter zake in rekening gebrachte belasting. Daarnaast kunnen de doorberekende lonen en sociale lasten in beide gevallen buiten de heffing blijven. De regeling kan ook worden toegepast in het geval dat voor dat personeel wordt gewerkt met een aanneemsom, mits er in wezen geen sprake is van een (winst)opslag op die personeelskosten.

 

Bij deze vorm is het niet zonder meer mogelijk om aan het eind van het jaar de in het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 voorziene regeling voor het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel toe te passen. Teneinde ook bij deze vorm recht te doen aan de uitgangspunten van de wettelijke regeling ter zake wordt voor de toepassing van vorenomschreven tegemoetkoming uitdrukkelijk de voorwaarde gesteld dat het cateringbedrijf per opdrachtgever jaarlijks naar analogie de regeling van art. 3 van voormeld besluit toepast met dien verstande dat het gestelde in art. 4 ter zake buiten toepassing blijft. Indien derhalve voor een opdrachtgever in een bepaald jaar (of gedeelte van een jaar) het in rekening gebrachte bedrag ter zake van de verstrekking van spijzen en dranken (inclusief omzetbelasting) lager is dan de aanschaffingsprijs (exclusief omzetbelasting) daarvan vermeerderd met 25%, dient het cateringbedrijf over het verschil tussen die bedragen omzetbelasting af te dragen naar een tarief van 8% (tarief per 1 oktober 1986).

 

Bij de jaarlijkse afrekening per opdrachtgever moet worden aangesloten bij het ter zake afgesloten contract. De in dit verband verschuldigde omzetbelasting dient te worden afgedragen op de eerste aangifte na de afloop van een desbetreffend contractsjaar. De verschuldigde omzetbelasting ter zake moet worden vermeld onder rubriek 5 b van het aangiftebiljet; bij de aangifte dient de berekening van het bedrag te worden overgelegd.

 

Aangezien voornoemde afrekening een wezenlijk onderdeel is van deze regeling wordt tevens als voorwaarde voor de toepassing ervan gesteld dat het cateringbedrijf een zodanige administratie voert dat op eenvoudige wijze de in dit verband verschuldigde omzetbelasting kan worden bepaald.

 

Wellicht ten overvloede wordt nog opgemerkt dat de toepassing van meergenoemd besluit ten aanzien van de goederen en diensten gebezigd door de opdrachtgever in verband met het verstrekken van spijzen en dranken aan zijn personeel in dit kader bij de opdrachtgever niet meer aan de orde behoeft te komen.

 

Met het gestelde in deze brief kan rekening worden gehouden vanaf 1 januari 1988. De regeling kan echter ook worden toegepast ten aanzien van nog niet onherroepelijk vaststaande aanslagen die in dit verband zijn opgelegd. Overigens dient op het verleden niet te worden teruggekomen.
Download PDF