Heffing van omzetbelasting ter zake van toegepast erfelijkheidsonderzoek

12 januari 1999 – VB98/2305

Heffing van omzetbelasting ter zake van toegepast erfelijkheidsonderzoek

Naar aanleiding van uw brief van 17 september 1998 aan de CDA-fractie van de Tweede Kamer, die door de Vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer aan mij is voorgelegd, en onder verwijzing naar de door u op 20 november 1998 toegezonden aanvullende informatie, deel ik u het volgende mee.

Blijkens de mij ter beschikking staande gegevens onderzoekt uw laboratorium toegezonden monsters van dierlijk materiaal op bepaalde genetische eigenschappen. Het onderzoek kan onder meer verificatie van de opgegeven afstamming betreffen, alsmede geslachtsbepaling en bepaling van de aanwezigheid van genetisch aantoonbare eigenschappen als verminderde gevoeligheid voor bepaalde ziektes of stress van bepaalde dieren of groepen van dieren. Daartoe worden de resultaten van het laboratoriumonderzoek beoordeeld aan de hand van gespecialiseerde kennis omtrent de moderne genetica. Bij afstammingsonderzoek worden de uit de monsters verkregen resultaten vergeleken met doorgaans langs andere weg verkregen gegevens van andere dieren. De conclusies van het onderzoek worden schriftelijk aan de opdrachtgever gerapporteerd. Voor de verrichte werkzaamheden wordt een vergoeding in rekening gebracht.

Uit de gegevens leid ik af dat uw laboratorium diensten verricht in het economisch verkeer, die moeten worden aangemerkt als belaste prestaties in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Indien de opdrachtgever is gevestigd in een ander land moet echter de vraag worden gesteld, of de dienst in Nederland in de heffing van omzetbelasting kan worden betrokken, of dat sprake is van een in dat andere land verrichte dienst die in beginsel aldaar kan worden belast. Gezien de aard van de door het laboratorium verrichte diensten, zoals hiervoor omschreven, zijn voor de beantwoording van deze vraag twee bepalingen van belang.

Ingevolge artikel 6, tweede lid, onderdeel c, ten derde, van de Wet (hierna: artikel 6.2.c.3) worden werkzaamheden, deskundigenonderzoeken daaronder begrepen, met betrekking tot roerende zaken, verricht (en dus belast) daar waar de activiteiten of werkzaamheden feitelijk plaatsvinden. Ingevolge artikel 6, tweede lid, onderdeel d, ten derde, van de Wet (hierna: artikel 6.2.d.3) worden echter de diensten, verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants, en soortgelijke diensten, alsmede informatieverwerking en verstrekking, verricht aan ondernemers of verricht aan anderen dan ondernemers voor zover zij buiten de EU wonen of zijn gevestigd, verricht op de plaats waar de afnemer woont of is gevestigd dan wel een vaste inrichting heeft waarvoor de dienst wordt verricht. Toepassing van artikel 6.2.c.3 op de door het laboratorium verrichte diensten zou leiden tot heffing van omzetbelasting in Nederland, toepassing van artikel 6.2.d.3 zou ertoe leiden dat deze diensten, voor zover verricht aan ondernemers gevestigd in een ander land en aan niet-ondernemers gevestigd buiten de EU, niet in Nederland in de heffing van omzetbelasting zouden worden betrokken.

Het feitelijk onderzoek van monsters door het laboratorium kan op zichzelf worden aangemerkt als deskundigenonderzoek met betrekking tot roerende zaken in de zin van artikel 6.2.c.3. Tegelijkertijd hebben echter de tussen partijen overeengekomen diensten niet zozeer de monsters zelf tot onderwerp, als wel het gespecialiseerde onderzoek naar de genetische eigenschappen van en genetische relaties tussen bepaalde (groepen van) dieren, en de rapportage van de conclusies van dat onderzoek aan de opdrachtgever. Het onderzoek van monsters is aldus bezien slechts een middel tot het verkrijgen van de benodigde gegevens. Met het voorgaande passen de werkzaamheden van het laboratorium naar mijn mening binnen de in artikel 6.2.d.3 gegeven omschrijving en heeft deze bepaling dan ook voorrang. Ik merk in dit verband nog op dat dit standpunt overeenkomt met de opvattingen van verschillende andere EU-lidstaten hieromtrent. Voor zover de opdrachtgever ondernemer is of buiten de EU is gevestigd kan dus als plaats waar de dienst wordt verricht de plaats worden aangemerkt waar de opdrachtgever woont, is gevestigd of een vaste inrichting heeft waarvoor het onderzoek wordt verricht.

Ik vertrouw er op u met het voorgaande naar behoren te hebben geïnformeerd. Een afschrift van deze brief heb ik ter informatie toegezonden aan de Vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer en aan de betrokken eenheid van de belastingdienst.

Download PDF