Wijziging besluit factoorsovereenkomsten

15 december 2016 – 2016-204647

Wijziging van het besluit van 5 september 2003, nr. DGB2003/4484M, Infobulletin 2003, 9

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen

Red: de wijzigingen zoals vermeld in dit besluit, zijn direct verwerkt in het besluit van 5 september 2003, nr. DGB2003/4484M.

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit wijzigt het besluit van 5 september 2003, nr. DGB2003/4484M. De wijziging houdt verband met de aanpassing van artikel 29 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Fiscale vereenvoudigingswet 2017, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 554, nr. 2).

ARTIKEL I

Het besluit van 5 september 2003 (Infob. 2003, 9) wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan onderdeel 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

Per 1 januari 2017 wijzigt artikel 29 van de Wet. Bij die wetswijziging wordt de zogenoemde indeplaatstreding geïntroduceerd. Die regeling houdt in dat als een ondernemer een vordering (geheel of gedeeltelijk) overdraagt aan een andere ondernemer (bijvoorbeeld een factoor), deze andere ondernemer op het tijdstip van overdracht voor de toepassing van artikel 29, van de Wet, in de plaats treedt van de ondernemer die de vordering overdraagt. Dit heeft tot gevolg dat de goedkeuring in onderdeel 5 van dit besluit vanaf 1 januari 2017 geen belang meer heeft voor vorderingen die de factoor ná 31 december 2016 overneemt. Voor deze vorderingen geldt de indeplaatstreding. In verband met deze wetswijziging pas ik de goedkeuring met ingang van 1 januari 2017 aan.

B

De tweede en derde alinea van onderdeel 5 worden vervangen door de volgende passage:

Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur onder de volgende drie voorwaarden goed dat de factoor namens de crediteur verzoeken indient om teruggaaf op de voet van artikel 29, eerste lid, van de Wet en dat het in de teruggaafbeschikking genoemde bedrag aan de factoor wordt uitbetaald.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden:

  1. De factoor heeft de vordering vóór 1 januari 2017 overgenomen;

  2. De crediteur machtigt de factoor om namens hem het verzoek te doen. Dit kan door medeondertekening van het verzoek of door het overleggen van een afzonderlijk geschrift dat bij de indiening van het verzoek wordt overgelegd (in het laatste geval kan de machtiging voor langere tijd gelden);

  3. De factoor dient het verzoek in bij de voor de crediteur competente inspecteur.

De door de inspecteur op te maken teruggaafbeschikking wordt afgegeven op naam van de crediteur maar wordt verzonden aan de gemachtigde factoor.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 15 december 2016

De Staatssecretaris van Financiën,
namens deze,

J. de Blieck
Lid van het managementteam Belastingdienst

Download PDF